Het Colombiaanse narcovoetbal van Pablo Escobar

Dubieuze geldschieters aan de top van voetbalclubs zijn sinds enkele jaren niet meer weg te denken uit het moderne voetbal. Een onbekende Chinees die ADO overneemt, Abramovich die Chelsea koopt en noem maar op.

In het Colombia van de jaren ’90 was het onder Pablo Escobar niet anders.

De roemruchte drugsbaron bouwde een enorm imperium op in de jaren ’80. Op het hoogtepunt van zijn macht had hij 80% van de wereldwijde drugstoevoer naar de VS in handen, zette Fortune en Forbes hem in de lijst van 10 rijkste mensen van onze planeet en liet hij drie presidenten omleggen. Escobar had niet alleen een passie voor geweld (naar schatting 4500 moorden) en politiek (hij zetelde een jaar in het nationale parlement), ook het voetbalspel kon Escobar zeer bekoren.

Colombia plaatste zich in 1990 voor het eerst sinds 28 jaar weer het WK. Colombiaanse voetballers kregen wereldfaam en brachten Colombia veel positieve aandacht. Tegelijkertijd functioneerde het voetbal om miljoenen wit te wassen. Geld dat verdiend was met drugshandel. Dankzij deze combinatie van witwaspraktijken, drugstransport (narcotransport), geweld én voetbal ontstond de term ‘narcovoetbal’.

Atlético Nacional uit thuisstad Medellín werd het troetelkindje van de megalomane multimiljonair Escobar. Met een toewijding waar menig Russische of Chinese clubeigenaar niet jaloers op hoeft te zijn sponsorde hij de ploeg. De term sponsoren is eigenlijk een zeer ambigue term voor wat Escobar deed. Het voetbal was een uitgelezen kans om zijn drugsgeld wit te wassen. In de drugshandel gaan miljoenen om. Welke industrie leent zich nou beter dan het voetbal om al dat bloedgeld wit te wassen?

Escobar wist Zuid- Amerikaanse grootheden naar Colombia te halen en zorgde ervoor dat nationale talenten voor Atlético gingen spelen. Gloriejaren voor die club, en het gehele Colombiaanse voetbal, braken aan. Atlético Nacional werd voor het eerst sinds jaren kampioen en wist in 1989 als eerste Colombiaanse ploeg ooit de Copa Libertadores te winnen. Met grote eenvoud wist de nationale ploeg zich vervolgens te kwalificeren voor het WK ’94. In 23 voorbereidingswedstrijden verloor het slechts één keer.

Voetbal was boven zichzelf uitgestegen. Dankzij het prachtige spelletje (en het zwarte geld), kreeg Colombia aanzien in het buitenland en eigenwaarde in eigen land. ‘’Ons land is enorm trots op u’’ kreeg superspits Faustino Asprilla te horen van de Colombiaanse president, ‘’U hebt Colombia een goede naam gegeven’’. In een land dat in die tijd gebukt ging onder armoede was voetbal bij uitstek een manier waardoor mensen even konden ontsnappen aan de realiteit van het dagelijkse leven.

Ook buiten het veld ‘sponsorde’ Escobar vele sociale projecten in Colombia. Zo legde hij enorm veel nieuwe voetbalveldjes aan in grote steden en liet hij zelfs hele wijken herbouwen. In waar ouders niet is staat waren om eten voor hun kinderen te kopen, maakte dit een enorm verschil. Ook zorgde Pablo Escobar, hoe bizar het ook klinkt, voor relatieve veiligheid in vele wijken van Medellín. In een tijd waarin niemand zich bekommerde om grote groepen mensen, kon Escobar stabiliteit garanderen. Mede dankzij deze veiligheid en filantropie verafgoodden veel, met name arme, Colombianen Escobar in die tijd.

Naast Faustino Asprilla kende Atlético Nacional in die tijd nog meer bekende namen. René Higuita bijvoorbeeld, werd vooral bekend vanwege zijn legendarische redding en zijn lichamelijke verbouwingen. Ook nam hij het initiatief om bij Escobar op bezoek te gaan in de gevangenis en daar met het nationale team een potje voetbal te spelen, toen hij in 1992 tijdelijk vast zat. Dan is er die andere Escobar; Andrés. Zijn verhaal werd wereldberoemd in Latijns- Amerika en zelfs daarbuiten. Het lot was hem ongunstig gezind. Tijdens het WK van 1994 maakte hij een eigen doelpunt waardoor Colombia uitgeschakeld werd in de eerste ronde, nadat de verwachtingen torenhoog waren. Bij thuiskomst, zijn verdriet verdrinkend in een nachtclub, wordt Andrés neergeschoten. Naar verluidt roept de moordenaar bij elk schot “Gol, gol, gol……” 12 keer.

Bijna twee decennia duurde het imperium van Pablo Escobar. Zijn brute daden werden hem vaak vergeven. ‘’Als de ogen het niet zien, voelt het hart het ook niet’’, is een gevleugelde uitspraak uit die tijd. Begin jaren ’90 liep de spanning met de formele autoriteiten op.

Presidentskandidaat Luis Galán pleitte voor uitlevering van drugsleiders aan de VS. Zijn campagne was sterk. Escobar liet hem ombrengen. En plein public, tijdens een campagnetoespraak, was te zien hoe het vuur op hem geopend werd met een mitrailleur. Galáns’ opvolger, César Gaviria, ontsnapte aan de dood toen Escobar een bom liet plaatsen op een lijnvlucht waar Gaviria aan boord zou zijn. Uiteindelijk ging hij als door een wonder niet aan boord. 110 andere mensen hadden dit geluk niet. Een offensief van de overheid samen met de Verenigde Staten dat vijftien maanden duurde, leidde uiteindelijk tot de dood van de drugsbaron.

De dood van de twee Escobars betekende ook een neergang van het Colombiaanse narcovoetbal. De drugsbendes moordden elkaar uit en werden door de regering keihard aangepakt. De onbegrensde mogelijkheden raakten op, dankzij het wegvallen van het drugsgeld. Voor Atlético Nacional braken magere jaren aan en het zou tot 2014 duren voordat Colombia zich weer zou kwalificeren voor een WK. Komende zomer in Rusland is Colombia weer van de partij.

Bovenstaand artikel verscheen eerder bij Buitenkantvoet.com